ColumnsJoan van Wijnen

De omwenteling

Ideeën ontstaan niet zo maar. Mijn ideeën zijn in ieder geval niet zo maar ontstaan. Het is een jarenlange zoektocht geweest om contact te krijgen met mijn zoon. Ik heb overal gekeken, mee gedaan met rituelen uit culturen, die ver van de mijne afstond om iets van mijzelf en mijn zoon te begrijpen.

Soms waren de gebeurtenissen zo buiten mijn referentiekader in die tijd, dat het pas de laatste maanden duidelijk geworden is, wat ze werkelijk betekenden. Het wereldbeeld, dat mijn opvoeding en opleiding mij
gegeven had, liet geen mogelijkheid om deze voorvallen op waarde te schatten. In mijn blogs zal ik je
meenemen op een bijna ongelooflijke reis. Ik kan je alleen zeggen, dat ik zo waarheidsgetrouw mogelijk
zal schrijven. Het is aan jou als lezers zelf te oordelen of dit waar kan zijn.

De omwenteling
Ik zat op de bank en zapte zelfs niet eens. Mijn zoon, toen 12, liet zich buiten in een rolstoel
verplaatsen. Zijn boterhammen moesten in kleine stukjes gesneden worden. Hij liet zich aankleden en de
ontlasting, wat al jaren een probleem was, liep permanent zijn luier in. Om de zoveel uur moest hij als
een baby verschoont worden.

Ik was depressief en kon een baan niet langer dan een paar maanden vasthouden.
Er was zeker sprake van 12 banen en 13 ongelukken. En mijn toenmalige vriend was naar
Amerika vertrokken en zou niet meer terug komen. Het concept waar ik mijn leven op gebaseerd had
bestond uit A²+B²=C². Ik was erg goed in wiskunde op school. Het kostte mij geen enkele moeite om hier
goede cijfers voor te halen. Maar daar doe je natuurlijk geen boodschappen mee en voor de
ingewikkelde levensvraagstukken waar ik toen voor stond, was het al helemaal niet toereikend.

Gelukkig had ik nog iets, wat intuïtie heet. Iets wat vaak beschreven wordt als niet bewezen dus niet waar. Maar
hoe ik ook mijn best deed om dit de kop in te drukken om bij de rationele westerse wereld te horen. En
zo blasé mee te kunnen schreeuwen, dat ik als 21ste eeuw Westerling ver boven al dat bijgeloof uit
gestegen was. Dat ik zeker niet zo’n zweefteef was. Mijn intuïtie gaf me af en toe mijn leven een zetje
om anders naar het leven te kijken.

Zo ook het nemen van een hond. Ik had tot die tijd altijd geroepen, ik neem geen hond.
Je moet ze uitlaten en verzorgen niets voor mij.
Tot het moment dat er een heel leuke hond kwispelend naar mij toe kwam en ik mijn gedachte
veranderde in: “Ik neem een hond.” Het internet afgezocht. En ja hoor, daar zat ze. Een brutale hond van
onbekend merk werd ter adoptie aangeboden bij het dierenasiel in Krimpen. Ik heb haar samen met mijn
zoon gehaald. Timo was het op de officiële papieren. Michael maakte er algauw Tonno van.

Gedroeg zij zich in de kennel nog redelijk, dat veranderde toen wij in de auto terug reden. Op de pont van Krimpen naar Kinderdijk blafte ze al naar de kaartjesverkoper op de pont. En vanaf dat moment blafte zij tegen
iedereen, die ze zag. Wanneer ik visite had, ging ze op de bank in de oren van de gast zitten blaffen. Ik
ben met haar naar een hondentrainer geweest.

Op de heenreis zat ze naast een vriendin in de auto te blaffen. Ze blafte de eerste keer bij de training en na drie maanden blafte ze nog steeds. Uiteindelijk zei de trainster tegen mij dat ze haar praktijk een andere manier wilde indelen en dat ze daarom geen ruimte meer had om nog verder met mijn hond te trainen. Uhhh???!!

Ik heb in die tijd alle afleveringen en de herhalingen van Cesar Millan gezien in de hoop daar een antwoord te vinden. Dat ging redelijk zolang ik er maar boven op zat in haar leiding te geven. Totdat iemand tegen mij zei, “Ben je wel eens bij een dierentolk geweest?” Nee, die optie had ik nog niet geprobeerd. En zo ben ik in contact gekomen met Ayen Veldhuijsen. Ze “sprak” met de hond. Zij legde de hond uit, dat ik de baas was en dat ik
verantwoordelijk was voor degene, die bij ons thuis ontvangen werd.

En dat het haar taak was om dan rustig in de mand te gaan zitten. Ik vroeg aan Ayen wat ze van mijn zoon vond, want ik al gemerkt dat ze haar leven zou geven om maar bij hem in de buurt te zijn. “Die twee begrijpen elkaar op hartniveau” was het antwoord.

’s Avonds stond de glazenwasser voor de deur en in plaats van dat ze blaffend hoog tegen de deur opsprong ……. trip, trip, trip …….. daar ging Tonno keurig in haar mand zitten.
Daar ga je dan met de stelling A²+B²=C². Voor de zoveelste keer werd ik uitgedaagd om mijn wereldbeeld
te herzien. En ik was bereid om de volgende stap te zetten. Wanneer ik zo met mijn hond kan praten,
zou ik dan misschien ook zo met mijn zoon kunnen praten?

Een prachtige cliffhanger voor de volgende blog, vind je niet?

Liefs Joan

Toon meer

Related Articles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button
Close