Geldsysteem

De geheimen van de Vaticaanse Bank (IOR)

Het Instituut voor Religieuze Werken (IOR) is de officiële naam voor de Vaticaanse bank. Dit instituut werkte lang onder de beslotenheid van de Katholieke Kerk hiërarchie, totdat er in het begin van de jaren ‘80 als gevolg van een schokkende gebeurtenis bleek dat de Vaticaanse bank zich met veel meer dan uitsluitend religieuze werken bezighield.

Ook bleek, dat het een nadrukkelijke rol speelt in het internationale financiële netwerk, inclusief betrokkenheid bij duistere operaties, financieren van politieke bewegingen, het fungeren als belastingparadijs en witwaspraktijken. De gebeurtenissen rond de Banco Ambrosiano in de tachtiger jaren leidden ondanks de duidelijke betrokkenheid van de Katholieke Kerk bij deze bank niet tot een diepgaand onderzoek.

De belangstelling was echter gewekt en werd enkele jaren geleden gevoed doordat een grote hoeveelheid documenten boven water kwam. In 2007 stuitte een oude bewoonster in de kelder van een afgelegen boerderij in Zwitserland op een stapel verweerde papieren afkomstig van monseigneur Renato Dardozzi (1922-2003), één van de invloedrijkste medewerkers van de Vaticaanse bank aan het eind van de vorige eeuw.

Het archief bevat vierduizend geheime documenten van de Heilige Stoel die inzicht geven in het financiële wanbeleid van de Vaticaanse bank en is een tijdbom onder het Vaticaan want de Italiaanse onderzoeksjournalist Gianluigi Nuzzi schreef op basis van de gevonden documenten Vaticaan BV. Ik kom later terug op de gevolgen die dit boek heeft gehad, maar eerst ga ik in op de eerdere gebeurtenissen rond de Banco Ambrosiano.

Op de ochtend van 17 juni 1982 werd het dode lichaam van Roberto Calvi aangetroffen, bungelend aan een strop onder de Londense Blackfriars brug. Calvi was directeur van de Banco Ambrosiano. Met zijn handen vastgebonden op zijn rug en een steen in zijn jaszak was de officiële lezing van zelfmoord ongeloofwaardig.

Toch duurde het twintig jaar voordat uit onderzoek van zijn stoffelijke resten bleek dat Roberto Calvi niet door ophanging om het leven was gekomen. De aanvankelijke conclusie dat het ging om moord, uitgevoerd door of namens de P2 Vrijmetselaarsloge werd hierdoor bevestigd, maar tot de dag van vandaag is (zijn) de moordenaar(s) nog niet gepakt.

De City, het financiële centrum op de ‘square mile’ in het hart van Londen

De Blackfriars brug verbindt Londen met de ‘Square Mile’, het financiële centrum dat privaat eigendom is en waarvan bij steeds meer mensen bekend is dat het onder invloed van de  Rothschilds staat. Calvi was zoals gezegd directeur van de Italiaanse Banco Ambrosiano.

Onmiddellijk na zijn dood bleek, dat er uit de reserves 1,3 miljard dollar was verdwenen. Een groot deel van het verdwenen geld werd later ‘teruggevonden’ op rekeningen van het IOR (Instituut voor Religieuze Werken). Deze bank komt later uitgebreider aan de orde, eerst wordt de rol van de vrijmetselaarsloge P2 belicht.

De geschiedenis van de P2 loge is sterk verbonden met het fascisme van Mussolini en Hitler. Onmiddellijk na de tweede wereldoorlog werden hooggeplaatste nazi’s met steun van de Britse en Amerikaanse geheime dienst door het Vaticaan via de zogeheten ‘Ratlines’ geholpen Duitsland te ontvluchten.

Via deze Ratlines werden zo’n 30.000 nazi’s naar de V.S., Groot-Brittannië, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en vooral naar Zuid-Amerika overgebracht.  Onder hen bevonden zich Klaus Barbie, de wrede Gestapo officier, bekend als de ‘slager van Lyon’, Franz Stangl, commandant van het vernietigingskamp Treblinka,

Gustav Wagner, commandant van het vernietigingskamp Sobibor, Alois Brunner, een beruchte leider van het Joodse deportatieprogramma, Adolf Eichmann, de hoofdarchitect van de Holocaust, Joseph Mengele, de beruchte ‘arts’ van Auschwitz en Vice-Führer Martin Bormann.

Ongelooflijk maar waar, er werd zelfs een complete Waffen SS-divisie van 8.000 man naar Engeland gesmokkeld, om daar een vrije vestigingsstatus te krijgen. Deze en andere SS’ers werden ingeschakeld in een topgeheime operatie onder leiding van Allen Dulles, de eerste CIA-chef. Het plan hierachter was om anti communistische operaties in Europa uit te voeren.

In 1956 werd Operatie Gladio opgericht.
De naam was afgeleid van het korte zwaard dat tweeduizend jaar eerder door de Romeinse legionairs werd gebruikt. De officiële verklaring voor het ontstaan van Operatie Gladio was de zorg over de groeiende invloed van het communisme in Italië.

De werkelijke verklaring gaat echter in de richting van de aanwezigheid van een ‘schaduwregering’ in Italie, die met Operatie Gladio beschikte over een gewapende organisatie.  Operatie Gladio heeft tijdens zijn bestaan meer dan 15.000 mensen ingeschakeld voor het uitvoeren van geheime operaties, onder wie de eerdergenoemde SS’ers.

De vrijmetselaarsloge ‘Propaganda Massonica Due’(P2) vormde de eerder genoemde schaduwregering. Licio Gelli, bekend onder de naam ‘de marionettenspeler’, leidde P2. Gelli had tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Mussolini en Hermann Goering al de nodige hand en spandiensten verleend.

Ondanks het duistere verleden van Gelli was de P2 loge kennelijk erg in trek bij de hoogste politieke, economische en religieuze kringen in Italië, want bij een inval in het huis van Gelli na de dood van Calvi werden ledenlijsten gevonden, waarop meer dan 900 namen stonden onder wie belangrijke ambtenaren, politici, hoge militairen van wie vele betrokken waren bij de Italiaanse geheime dienst.

Ook Silvio Berlusconi stond op die lijst, hoewel hij in die tijd nog niet actief was in de politiek. Victor Emanuel van Savoye was een ander bekend lid van de P2 loge. Hij was het familiehoofd van het Huis Savoye, het afgezette koningshuis van Italië. Voor de uitvoering van de operaties van het Gladio netwerk kreeg Gelli formele steun van NATO-commandant Alexander Haig en de Nationale Veiligheidsadviseur Henri Kissinger.

De financiële steun kwam van P- lid Roberto Calvi, die aan ‘zijn’ Banco Ambrosiano enorme bedragen onttrok en daarbij de Vaticaanse bank als bondgenoot had om het geld via die bank wit te wassen. De bedragen waren dermate omvangrijk, dat de grote Banco Ambrosiano in voortdurend grotere financiële problemen raakte.

Henri Kissinger

De P2 vrijmetselaarsloge was een erkend onderdeel van de Groot Oosten loge van Italië, die op zijn beurt in 1972 was erkend door de Grootloge van Engeland. Drie opeenvolgende Italiaanse grootmeesters waren nauw betrokken bij P2. Hoewel het begrijpelijk is dat de vrijmetselaars zich later distantieerden van de P2 loge, kan er daarom toch niet worden beweerd dat de P2 loge los stond van zowel de Italiaanse als van de internationale vrijmetselarij.

De moord op de Italiaanse premier Aldo Moro schokte in 1978 de hele wereld. Deze moord zou zijn gepleegd door de zogenaamde Rode Brigades, een pro-Sovjet groepering. In werkelijkheid, zo is later gebleken, is P2 verantwoordelijk voor de moord op Moro. Aldo Moro zou zijn vermoord vanwege zijn plan om de populaire Italiaanse Communistische Partij PCI op te nemen in zijn kabinet. Een plan dat scherp werd afgekeurd door Henri Kissinger.

Enkele maanden na de moord op Moro werd Albino Luciani verkozen tot Paus Johannes Paulus I. Diens voornemen om schoon schip te maken met de Vaticaanse bank werd niet in dank ontvangen door een aantal hooggeplaatste personen binnen het Vaticaan zoals bisschop Paul Marcinkus. Johannes Paulus I werd dertig dagen na zijn benoeming dood aangetroffen.

Onderzoek van zijn ingewanden was niet mogelijk, omdat de ingewanden onmiddellijk zouden zijn verbrand in het mummificatieproces. Johannes Paulus I, werd opgevolgd door de ‘Poolse’ paus Johannes Paulus II, die de positie van Marcinkus onaangetast liet. Marcinkus was namelijk een bondgenoot in het streven van Johannes Paulus II om een einde te maken aan het communistische bewind in Polen door het centrum van verzet, de vakbeweging Soldarinocz, met geld te ondersteunen.

De boeken van de Vaticaanse bank bleven gesloten voor de buitenwereld en vragen bleven onbeantwoord, ook na de kwestie Banco Ambrosiano, waarin de Vaticaanse bank een evident belang had. Ondanks de ontkenning van elke betrokkenheid keerde de Vaticaanse bank wel 250 miljoen dollar uit aan benadeelde klanten van de Banco Ambrosiano.

In 2011 werd Vaticaan BV gepubliceerd, geschreven door de Italiaan Nuzzi. Nuzzi baseerde het boek op onderzoek van documenten, die bewust aan hem nagelaten waren door de roomse geestelijke Dardozzi.

Deze documenten bevatten duidelijke aanwijzingen over de witwaspraktijken van de Vaticaanse bank, over het fungeren als belastingparadijs, nepotisme, misbruik van toevertrouwde gelden en giften en over meer zaken, die deze bank in een duister daglicht plaatsen. Pogingen tot onderzoek naar genoemde praktijken liepen tot dusver echter steeds vast omdat de bank zich op zijn buitenlandse status beroept. (Vaticaanstad is een soevereine staat)

Het Europees Parlement omschreef de situatie rondom de Vaticaanse bank al in 2004 als veel erger dan die van de belastingparadijzen. De druk op het Vaticaan om de internationale regels van transparantie te honoreren is de afgelopen jaren steeds verder opgevoerd.

In het boek Vaticaan BV wordt duidelijk gemaakt dat het bijzonder eenvoudig is om een rekening onder nummer, dus niet verbonden aan een persoon, te openen bij de Vaticaanse bank, mits je de juiste ingangen hebt.  Rekeningen onder nummer zijn bij uitstek geschikt om geld te onttrekken aan het oog van de belastingdiensten.

Paus Benedictus XVI

Zo blijkt dat het Roomse religieuze machtsinstituut, de behoeder van het christelijke geloof en moraal, zelf tot op het bot is aangetast, niet alleen door seks, maar ook door geld. Dit terwijl het instituut voortdurend predikt voor meer ethiek en integriteit in de financiële wereld, zoals onlangs in de encycliek Caritas in Veritate van de hand van paus Benedictus XVI.

Verder wordt ook duidelijk, dat de Roomse Kerk ook haar rol speelt in het internationale netwerk van de bankenelite. Volgens auteur en onderzoeker Eustace Mullins in zijn boek The Curse of Canaan zou de Roomse Kerk al in 1823 onder financiële controle van de Rothschilds zijn gekomen, toen de kerk in geldnood een beroep hen deed.

Fragment uit ‘Geld komt uit het Niets’

© Ad Broere, auteur en econoom

 

Toon meer

Related Articles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close