Nieuws

Maatregelen van de regering,dit staat je te wachten

Dit gaat de regering doen met mensen aan de onderkant van de samenleving,
geen vakantie geld meer geen vaste contracten meer geen zekerheid meer uitkeringen verlaagd.

Werkeloosheid

IOAZ afschaffen
Voor gewezen zelfstandigen (55+) bestaat de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Deze inkomensvoorziening ligt op het niveau van het sociaal minimum. De polisvoorwaarden van de IOAZ is echter minder streng dan in de reguliere bijstand. Belangrijkste verschil is dat vermogen buiten beschouwing blijft.

In de reguliere bijstand ben je verplicht eerst eigen vermogen (incl. eigen woning) op te eten. Invoering kan op 1 juli 2018 voor nieuwe instroom en per 1 januari 2019 voor het zittend bestand. De maatregel betreft ook afschaffing voor het zittende bestand. Wetswijziging is nodig.

BBZ afschaffen
Op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ) kunnen starters en zelfstandigen financiële bijstand krijgen, in de vorm van bijvoorbeeld een starterskrediet, een tijdelijke uitkering of – voor startende zelfstandigen met een werkloosheids- of bijstandsuitkering – vrijstelling van de arbeidsverplichting.

De polisvoorwaarden van de BBZ zijn minder streng dan de reguliere bijstand. Een deel van de populatie zal niet meer in aanmerking komen voor bijstand. Invoering kan op 1 juli 2018 voor nieuwe instroom en per 1 januari 2019 voor het zittend bestand. Wetswijziging is nodig.

Bijstand: afschaffen individuele inkomenstoeslag
De individuele inkomenstoeslag (GF) wordt afgeschaft. De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als aanvulling op het inkomen voor het doen van grote noodzakelijke uitgaven. Bijstandsgerechtigden zullen zich sneller beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt.

De toeslag verschilt per gemeente. Bij een hoogte van 600 euro voor een paar in de bijstand (gemeente Den Haag) kan het totale negatieve inkomenseffect oplopen tot ca 7%. Invoering kan op 1 juli 2018 voor de nieuwe instroom en per 1 januari 2019 voor het zittend bestand. Dit vergt wetswijziging.

Bijstand: alle uitkeringen verlagen met 10% punt
De basisuitkering in de bijstand is 50% van het (referentie)minimumloon. Alleenstaanden krijgen 70% WML. Paren krijgen samen 100% WML. In deze maatregel worden de uitkeringen van al deze groepen met 10% punt verlaagd: 60% WML voor alleenstaanden en 90% voor paren. Invoering kan op 1 juli 2018 voor de nieuwe instroom en per 1 januari 2019 voor het zittend bestand. Wetswijziging is nodig. In de bedragen van deze maatregel is geen rekening gehouden met gedragseffecten.

WW: hoogte eerste twee maanden naar 70%
Er kunnen besparingen worden gerealiseerd door in te grijpen in de hoogte van de uitkering. Dat is mogelijk door het percentage te veranderen, bijvoorbeeld voor de eerste twee maanden (nu 75%) te verlagen naar 70% van het maandloon.

De hoogte van de WW is ooit relatief arbitrair gekozen, net als de hogere uitkering in het begin. De hoogte van de Nederlandse WW behoort tot de hoogste van de wereld. Dit vergt wetswijziging. Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

WW: duurverkorting naar 12 maanden
De maximale WW-duur wordt stapsgewijs verkort van 24 naar 12 maanden. De afbouw is 1 maand per kwartaal, het zelfde afbouwtempo als de recente duurverkorting van max. 38 naar max. 24 maanden. De opbouw van WW-recht wordt 1 maand per jaar arbeidsverleden.

Dit vergt wetswijziging.Met deze maatregel zou al snel worden teruggekomen op nieuwe wetgeving, hetgeen (onder andere) vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid onwenselijk is. In de bedragen van deze maatregel is geen rekening gehouden met gedragseffecten. Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

WW korter en hoger (1e drie maanden 80%, maximaal 1 jaar)
In combinatie met een stapsgewijze duurverkorting van de WW naar 12 maanden kan ervoor worden gekozen om de WW-uitkeringshoogte de eerste maanden te verhogen. Bijvoorbeeld naar 80% van het laatstverdiende loon in de eerste drie maanden.Hierdoor neemt de prikkel om werk te zoeken in de eerste maanden af vergeleken met de huidige situatie, maar de dalende uitkeringshoogte na 3 maanden en de wetenschap dat de maximumduur eerder wordt bereikt, zorgen juist voor een positief gedragseffect.

Het is onduidelijk of deze effecten tegen elkaar opwegen of niet. Bovendien zou een hogere uitkering de drempel voor werkgevers voor ontslag kunnen verlagen.

De aanpassing van uitkeringshoogte en maximumduur vergen wetswijziging. Met deze maatregel zou al snel worden teruggekomen op nieuwe wetgeving, hetgeen (onder andere) vanuit het oogpunt van de rechtszekerheid onwenselijk is.

Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

WW: werkgevers betalen eerste half jaar WW
Maximaal de eerste 6 maanden WW komen voor eigen risico van de werkgever; afhankelijk van de lengte van het dienstverband bij de werkgever en het opgebouwde WW-recht. Dit gebeurt via een verlenging van de opzegtermijn. De maatregel werkt niet door in de loongerelateerde fase via de WGA.

Binnen dit tijdpad kan rekening worden gehouden met een half jaar aankondigingstermijn, zodat werkgevers zich kunnen voorbereiden op de wijziging

Bij eerdere uitwerking van een soortgelijk voorstel (bij het begrotingsakkoord 2013) is geen oplossing gevonden voor ontwijkgedrag van werkgevers indien de duur van het eigen risico afhangt van de lengte of de vorm van het dienstverband bij het bedrijf. De maatregel is daarmee hoogst waarschijnlijk zeer lastig uitvoerbaar.

Ook bij een alternatieve vormgeving zoals verlenging van de opzegtermijn of uitvoering van de WW in het eerste half jaar door werkgevers wordt hiertegen aangelopen. De drempel voor ontslag verhogen zorgt bovendien bij werkgevers voor een grotere flexibele schil en
minder vaste contracten, wat een negatief effect heeft op de WW-lasten. In de bedragen van deze maatregel is geen rekening gehouden met gedragseffecten.

Aanpassen Transitievergoeding (recht vanaf 1e dag, geen hogere TV na 10 jaar)
Recht op transitievergoeding vanaf dag 1 voor zowel werknemers met een vast contract als werknemers met een tijdelijk contract (regelt dat transitievergoeding vanaf een dienstverband van 2 jaar verschuldigd is vervalt, opbouwsystematiek per dag in plaats van per blok van 6 maanden).

De opbouw wordt aangepast doordat de hogere vergoeding na 10 jaar dienstverband verdwijnt.Dit hangt samen met de compensatieregeling transitievergoeding waarbij het schrappen van de hogere vergoeding na 10 jaar dienstverband de besparing oplevert. Het effect op werkgeverslasten is groter en hier niet meegenomen. Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd

Degressieve WW-uitkering 2e jaar
De uitkeringspercentages van 75% in de 1e 2 maanden en 70% vanaf de 3e maand blijven voor het 1e WW-jaar behouden. In het tweede WW-jaar wordt de uitkering in 12 gelijke maandelijkse stappen verlaagd tot bijstandsniveau.De maatregel geldt enkel voor voor nieuwe uitkeringen vanaf het moment van invoering. De maatregel werkt niet door in de WIA.

De besparing als gevolg van de stapsgewijze uitkeringsverlaging groeit vanaf 2022 in. In 2022 krijgt circa 13% van de WW-gerechtigden te maken met een lager uitkeringspercentage, structureel gaat het om circa 20% van de gevallen.Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

Afschaffen basisuitkering 3 maanden, WW-recht volledig op basis van arbeidsverleden
Vervangen van de basisuitkering (standaard 3 maanden) door opgebouwde rechten (1 maand per jaar arbeidsverleden). Als gevolg van de maatregel zal een deel van de groep WW-gerechtigden die momenteel in aanmerking komt voor de minimumduur van 3 maanden voortaan slechts voor maximaal 1 of 2 maanden WW-duur in aanmerking komen.

Dit leidt structureel tot een besparing op de WW-uitkeringslasten. Er is sprake van weglek effecten naar de bijstand en een kleine besparing op de Toeslagenwet.Deze effecten zitten in deze raming.

Afschaffen Hoger beroep ontslagprocedure
Het afschaffen van de hoger beroepsmogelijkheid leidt structureel tot een besparing op de Rechtspraak van circa 5 mln. In het eerste jaar is er geen sprake van een besparing omdat hoger beroep dan vooral betrekking heeft op de periode voor 1 juli 2019.

Bij herhaalwerkloosheid eerder gebruik in mindering brengen op WW-recht
Bij herhaalwerkloosheid wordt het eerdere gebruik in mindering gebracht op de WW-rechten. Indien het WW-recht na aftrek lager zou zijn dan 3 maanden, wordt de basisuitkering van 3 maanden gehandhaafd. De maatregel geldt voor nieuwe instroom vanaf 1/1/2022.WW-gebruik vóór de invoerdatum wordt niet verrekend met opgebouwd WW-recht.

Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

Duurverkorting WW, laatste 6 maanden bijstandsniveau, 1e maanden 80% en langzamere opbouw
De duur van de WW-uitkering naar maximaal 18 maanden waarvan de laatste 6 maanden op bijstandsniveau zonder vermogens- en partnerinkomenstoets. De uitkering wordt in de 1e 3 maanden verhoogd naar 80% en de opbouw van het WW-recht wordt verlaagd naar een halve maand per gewerkt jaar.De maatregel geldt enkel voor nieuwe uitkeringen vanaf de invoerdatum.

Voor het overgangsrecht wordt er aangesloten op de stapsgewijze duurverkorting in de WWZ. De verhoging van het uitkeringspercentage, de duurverkorting en de vertraagde opbouw van het WW-recht werken door in de WIA, de verlaging naar het bijstandsniveau niet.Bij UWV staat een groot onderhoud van het WW-systeem gepland tussen 2018-2020. Nieuw beleid kan hierdoor op z’n vroegst vanaf 01-07-2020 worden geïmplementeerd, waardoor deze op 1/1/2022 kan worden doorgevoerd.

Onderkant arbeidsmarkt

Geen vakantietoeslag in de bijstand (gelijkmatige afbouw in 10 jaar)
De vakantietoeslag in de bijstand bedraagt 5% per jaar. De afbouw vindt in 10 jaarlijkse stappen van 0,5% plaatst. De vakantietoeslag wordt uitbetaald in juni. In de raming is er rekening mee gehouden dat de opbouw van de vakantierechten dus voor de helft in jaar t-1 plaatsvindt en voor de helft in jaar t.

Deze maatregel vergt een wetswijziging. Invoering kan op 1 juli 201 voor nieuwe instroom en 1 januari 2020 voor het zittend bestand. De maatregel heeft effect op de uitkeringsprijs die gemeenten moeten hanteren. In de raming is rekening gehouden met de oploop van het bestand als gevolg van de p-wet. Vanwege de ingroei van 10 jaar wordt het structurele effect in 2028 bereikt.

Beschut werk: invoering nieuwe voorziening loondispensatie binnen beschutte werkplek
Gemeenten betalen de werknemers in beschut werk minstens het Wml en ontvangen een loonkostensubsidie als compensatie voor deze loonkosten. Door invoering van een loondispensatie wordt loonbetaling onder het Wml mogelijk en ontvangen de werknemers in het beschut werk daarnaast een aanvulling tot net onder het Wml.

Dit scheelt de gemeente werkgeverslasten en levert een besparing op.Invoering vraagt wetswijziging. Invoering op zijn vroegst mogelijk per 1/7/2019. Onzeker is of voor bestaande gevallen de lks kan worden teruggedraaid. Werknemers hebben immers een arbeidscontract en werkgevers mochten er vanuit gaan dat lks structureel was.

Daarom is in de raming vooralsnog uitgegaan van alleen nieuwe gevallen. Daarnaast zijn de besparingen hoogst onzeker, want gebaseerd op volumes uit het sociaal akkoord. De realisaties blijven tot nu toe ver achter bij de verwachtingen. De effectiviteit van beide instrumenten (lks en loondispensatie) wordt momenteel op verzoek van de Tweede Kamer (motie D66/CDA) onderzocht. De resultaten van dit onderzoek worden eind 2018 verwacht.

Loondispensatie in de Participatiewet ipv loonkostensubsidie (LKS)
Onder de Participatiewet verstrekken gemeenten loonkostensubsidies aan werkgevers om die te compenseren voor de lagere arbeidsproductiviteit van arbeidsgehandicapte werknemers. In plaats van loonkostensubsidies -een tegemoetkoming voor de werkgeverslasten aan de werkgever tot aan het niveau van ten minste wml – kan er gewerkt gaan worden met loondispensatie voor de werknemer.

Omdat loondispensatie een de inkomsten van de werknemer slechts aanvult tot het sociaal minimum (uitkeringsniveau), ontstaat een besparingInvoering vraagt wetswijziging. Invoering op zijn vroegst mogelijk per 1/7/2018. Onzeker is of voor bestaande gevallen de LKS kan worden teruggedraaid. Werknemers hebben immers een arbeidscontract en werkgevers mochten er vanuit gaan dat LKS structureel was.
Daarom is in de raming vooralsnog uitgegaan van alleen nieuwe gevallen. De effectiviteit van beide instrumenten (lks en loondispensatie) wordt momenteel op verzoek van de Tweede Kamer (motie D66/CDA) onderzocht. De resultaten van dit onderzoek worden eind 2018 verwacht.

Afschaffen lage inkomensvoordeel (LIV)
De tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben die 100% tot 120% van het wettelijk minimumloon verdienen wordt niet ingevoerd. Deze regeling is per 2017 ingegaan,maar wordt door deze maatregel geschrapt. Dit vergt wetswijziging.

Hierdoor lopen werkgevers een mogelijk voordeel van maximaal €2000 per werknemer per jaar mis. De LIV is in tegenstelling tot de LKV een ongericht instrument. Overwogen kan ook worden de LKV en de LIV (alsmede de loonkostensubsidie) te integreren en daarbij gerichter in te zetten. De LKV levert een tijdelijk (driejarig) loonkostenvoordeel op, de LIV levert een structureel loonkostenvoordeel op.

Afschaffen loonkostenvoordeel (LKV)
Afschaffen van het loonkostenvoordeel per 2018. Deze nieuwe regeling wordt per 1/1/2018 van kracht en komt in plaats van de premiekortingen voor het in dienst nemen van oudere uitkeringsgerechtigden, mensen met een arbeidsbeperking en werknemers uit de doelgroep banenafspraak.

De maatregel houdt in dat deze nieuwe regeling geschrapt wordt en de huidige premiekortingen alsnog vervallen, waarmee deze tegemoetkomingen voor werkgevers in het geheel verdwijnen. Dit vergt wetswijziging. Hierdoor lopen werkgevers een mogelijk voordeel van maximaal €6000 per werknemer per jaar mis. Overwogen kan ook worden de LKV en de LIV (alsmede de loonkostensubsidie) te integreren en daarbij gerichter in te zetten.

Afschaffen indivduele inkomenstoeslag, invoeren langdurigheidskorting bijstand
In huidige situatie kan aanspraak worden gemaakt op een individuele inkomenstoeslag wanneer iemand langdurig moet rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Deze maatregel gaat uit van een afschaffing van de individuele inkomenstoeslag en een invoering van een langdurigheidskorting (5%) voor personen die langer dan 3 jaar in de bijstand zitten.

Verlaging bijstand met 1%-punt
In deze maatregel worden de bijstandsuitkeringen met 1%-punt verlaagd. Deze maatregel dient ook ter indicatie voor een veelvoud aan varianten op een verlaging van de bijstandsnormen. In de huidige situatie krijgen alleenstaanden (ouder) 70% van het wettelijk minimumloon (WML) en paren krijgen samen 100% WML.Onder het voorstel verandert dit naar 69%

WML voor alleenstaanden (ouder) en 99% voor paren. De maatregel werkt door in de AIO en de Toeslagenwet (TW). Door het verlagen van de bijstandsuitkeringen komen de bijstandsbedragen niet langer overeen met 70% en 100% WML. Veel andere uitkeringen zoals bijvoorbeeld de WW werken ook met deze percentages.

Afschaffen ANW-tegemoetkoming
Sinds 2006 ontvangen ANW-gerechtigden naast hun uitkering een ANW-tegemoetkoming van ca. 16 euro per maand. De maatregel betreft afschaffing van deze tegemoetkoming. Voor het afschaffen van de tegemoetkoming moet de Anw worden gewijzigd. Inwerkingtreding op zijn vroegst 1 juli 2019.

Verlagen bijverdienregeling
De maatregel betreft het strenger maken (conform AOW-partnertoeslag) van de op dit moment vrij soepele bijverdienregeling in de ANW. Maatregel betreft het verlagen van de bijverdienregeling in de Anw (huidige vrijstelling 50% WML + 1/3e van het meerdere) naar een vrijstelling van 15% WML + 1/3e van het meerdere conform de partnertoeslag AOW. Uitgaande van een wetstraject van (minimaal) 1½ jaar en de benodigde implementatietijd voor de uitvoering kan de daadwerkelijke invoering op 1 juli 2019.

ANW: afschaffen voor nieuwe instroom
Deze maatregel leidt er toe dat nabestaanden met een beperkt inkomen en vermogen zijn aangewezen op een bijstandsuitkering. Nabestaanden krijgen dan te maken met een sollicitatieplicht. Daarnaast komt een deel van de ANW-populatie niet meer in aanmerking voor een bijstandsuitkering, omdat het vrijlatingsbedrag (voor het inkomen) van de participatiewet lager ligt en er een vermogenstoets geldt.

De maatregel leidt tot minder uitkeringen en dus lagere uitkeringslasten. Bezien moet worden welke (gedrags)effecten deze maatregel heeft op de mate waarin mensen zich privaat bijverzekeren voor het overlijdensrisico. Hiervoor is wijziging van de Anw en de Participatiewet nodig, ingang 1 juli 2019. In de bedragen van deze maatregel is geen rekening gehouden met gedragseffecten, maar wel met een weglek naar de bijstand van 35%

ANW: maximeren duur uitkering op 1 jaar
De duur van de ANW-uitkering beperken tot een periode van 1 jaar. Vergt wetswijziging, ingang 1 juli 2019. Na het eerste jaar kunnen nabestaanden met een beperkt inkomen en vermogen in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering

ANW: verrekenen nabestaandenpensioen en vermogen
Maatregel betreft het verrekenen van inkomen uit nabestaandenpensioen vanaf 10.000 en vermogenstoets van 100.000 voor nieuwe gevallen. Dit vergt wetswijziging, ingang 1 juli 2019.
Arbeidsongeschiktheid

Verlaging uitkeringshoogte AO-uitkeringen van 75% naar 70%
Verlaging van alle AO-uitkeringen waarvan het niveau nu nog 75% van de grondslag betreft ( (WAO, WAZ, IVA, Wajong volledig AO en de loongerelateerde WGA). Dit vergt wetswijziging. In de raming is uitgegaan van een invoeringsdatum van 1/7/2019, na een overgangstermijn van een half jaar heeft de maatregel vanaf 1/1/2020 volledig effect.

Er is wel een belangrijk aandachtspunt bij deze maatregel. Elke wijziging in de WW wordt namelijk normaliter ook doorgevoerd in de loongerelateerde fase in de WIA. Bij het doorvoeren van deze maatregel zou van deze link afgestapt worden

Invoering per 1/7/2019 met ½ jaar overgangsrecht voor oude gevallen.

Bron :Kathie Schene

 

Toon meer

Related Articles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close