Natuur

Superzoute subglaciale meren ontdekt in Antarctica

Het zal je misschien verbazen, maar ook in Antarctica zijn er meren. Sommige zijn echter niet zo makkelijk te vinden. Ze bevinden zich namelijk diep onder de dikke ijskap. Er zijn er ongeveer 145 geïnventariseerd. De meeste bevinden zich in Oost-Antarctica.

Onderzoekers ontdekten de twee meren onder de grootste ijskap die de Canadese Arctische Eilanden rijk zijn: de Devon-ijskap. De meren liggen op zo’n 550 tot 750 meter onder het ijs en gaan de boeken in als de eerste subglaciale meren die in Canadees noordpoolgebied zijn ontdekt.

Superzout
Maar hun locatie is niet het enige wat deze meren bijzonder maakt. Ook de inhoud van de meren is namelijk uniek. Zo blijken ze superzout water te herbergen: water dat zo’n vier tot vijf keer zouter is dan zeewater. En daarmee onderscheiden de meren zich van  meren die ons reeds bekend zijn – en die voornamelijk op Antarctica liggen. Al deze meren herbergen – voor zover we nu weten – zoet water. De twee Canadese meren zijn dan ook de eerste volledig geïsoleerde superzoute subglaciale meren die ooit op aarde ontdekt zijn.

Koud
Het zoute water is bovendien de reden dat deze Canadese subglaciale meren bestaan. Op de plek waar zij zich bevinden, is het namelijk ongeveer -10 graden. Maar doordat het water superzout is, bevriest het niet.

Per ongeluk
De onderzoekers stuitten min of meer per ongeluk op de twee meren – die ongeveer vijf en acht vierkante kilometer groot zijn – zo vertelt onderzoeker Anja Rutishauer. “We waren niet op zoek naar subglaciale meren. In dit deel van de Devon-ijskap is het ijs tot op de grond bevroren, dus we hadden niet verwacht dat we er vloeibaar water zouden vinden.” Met behulp van een radarsysteem waren Rutishauer en collega’s bezig om het oppervlak onder het ijs in kaart te brengen toen ze tóch op vloeibaar water stuitten.

Het grootste van de Antarctische subglaciale meren is het Vostokmeer, dat bijna vier kilometer onder de ijskap ligt. Andere bekende meren zijn het Ellsworthmeer en het Whillansmeer, beide in West-Antarctica. In 2012 is Rusland erin geslaagd tot aan het Vostokmeer te boren. In 2013 bereikten Amerikaanse wetenschappers het water van het Whillansmeer. Groot-Brittannië begon in 2012 te boren naar het Ellsworthmeer, maar door technische problemen is het project voorlopig stopgezet.

Wetenschappers zijn bijzonder geïnteresseerd in deze onder de ijskap liggende meren. Het water is heel lang van de buitenwereld afgesloten .Wetenschappers hopen nieuwe levensvormen te vinden die ons een kijkje terug in de tijd gunnen. En als er in de meren leven gevonden zou worden, betekent dit dat er leven op veel extremere plaatsen kan bestaan dan tot nu toe voor mogelijk werd gehouden, ook op andere planeten.

In 2013 vonden Britse wetenschappers al sporen van leven in het Hodgson-meer (Antarctisch Schiereiland). In de sedimenten op de bodem troffen ze microben aan. In de bovenste lagen ontdekten ze levende microben. Op grotere diepte (3,2 meter diep) vonden ze resten van microben die er al zo’n 100.000 jaar geleden leefden. En dat in bijzonder extreme omstandigheden. Het meer is al zeker 100.000 jaar bedekt door ijs. Al die tijd hebben deze microben dus geen contact met de buitenwereld gehad en in het donker geleefd.

Ook in het Whillansmeer krioelen micro-organismen, zo raakte in augustus 2014 bekend. In de onderzochte watermonsters vonden wetenschappers vooral eencellige organismen, Archaea genoemd.

Rivierenstelsel
Britse wetenschappers ontdekten in 2006 dat de subglaciale meren onder de Antarctische ijskap met elkaar verbonden zijn met een heus rivierenstelsel. Tot dan werd gedacht dat het water van deze meren onder de ijskap slechts af en toe zeer traag wegsijpelde. Maar nu blijkt dat er regelmatig grote hoeveelheden water uit de meren ontsnappen en via de rivieren, waarvan sommige zo groot als de Thames zijn, in een snel tempo enorme afstanden afleggen.

Het netwerk van rivieren werd ontdekt met behulp van zeer nauwkeurige metingen van de satelliet ERS-2. Deze in 1995 door de ESA gelanceerde satelliet is gestationeerd in een polaire baan om de aarde op 785 kilometer hoogte en kan minuscule bewegingen van de ijskap (tot enkele millimeters) waarnemen.

Het Vostokmeer
Het Vostokmeer is het bekendste subglaciaal meer. Het zoetwatermeer bevindt zich op 77° zuiderbreedte en 105° oosterlengte, vlakbij het Russische wetenschappelijke station Vostok (vandaar de naam van het meer). Het Vostokmeer is 250 kilometer lang, 50 kilometer breed en tussen 500 en 700 meter diep. Het is het op 6 na grootste zoetwatermeer ter wereld.

Het Vostokmeer bestaat uit twee bassins: een 400 meter diep noordelijk en een 780 m diep zuidelijk bassin, en ertussen een richel waar het maar 200 m diep is. Daardoor kan de biologische en chemische samenstelling van de bassins verschillend zijn. Het water in het meer zou in ieder geval 50 keer zoveel zuurstof bevatten als normaal. Als men boort tot in het meer bestaat de kans dat het water, zoals een geschud Cola-flesje, als een fontein naar boven spuit.

Het Vostokmeer ontstond zo’n 14 miljoen jaar geleden. Het water in het meer is jonger: onderzoekers spreken van enkele tienduizenden tot honderdduizenden jaren. Al die tijd is het water volledig afgesloten gebleven van de buitenwereld. Juist dat maakt het Vostokmeer zo interessant voor wetenschappers. Al wat zich al die eeuwen geleden in het meer bevond, moet daar dus nog zijn. De kans is ook groot dat er nog altijd primitieve levensvormen rondzwemmen. Levensvormen die zich bovendien aangepast hebben aan een zuurstofrijk en sterk oxiderend milieu. Kortom, het Vostokmeer bevat een volkomen uniek ecosysteem.

In 1989 begonnen Russische onderzoekers in het ijs boven het zuidelijke bassin van het meer ijsboringen uit te voeren. Er waren op dat moment wel al vermoedens over het bestaan van het Vostokmeer, maar pas in 1996 kwam de bevestiging na radarexperimenten.

Om het water van het meer niet te verontreinigen met de boorvloeistof, werd de booractiviteit op zo’n honderd meter boven de meeroppervlakte gestaakt. Onderzoekers zochten daarna naar een manier om op een ‘milieuvriendelijke’ manier verder te boren. De Russen vonden een goede technische oplossing. Hun techniek bestaat erin dat ze slechts tot nét boven het water boren. Dan wordt de boor plots terug omhoog getrokken. Daardoor breekt het laatste ijslaagje en stroomt er water het lege boorgat in, zonder direct contact te maken met de boorkop. Dat water bevriest vervolgens weer.

De Russen hadden in februari 2011 al een punt op slechts 29 meter boven het water bereikt. Maar toen moesten ze de boringen staken om nog met het laatste vliegtuig vóór het Antarctische winterseizoen terug naar huis te kunnen. In februari 2012 zijn ze er dan eindelijk in geslaagd om tot aan het meer te boren. In januari 2013 haalden de Russen een staal van het water naar boven. Dit staal wordt nu onderzocht.

De bevindingen zijn nog niet bekend gemaakt, maar er zijn heel veel verschillende lezingen.

Bron:Scientas/Caroline Kraaijvanger/Het laatste Continent

 

 

Toon meer

Related Articles

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close